5 augustus 2019

“We kunnen China verslaan met betere producten”

 

LOMMEL/GENK - Flanders Make - het onderzoekscentrum voor de maakindustrie - gaat de komende jaren 6 miljoen euro investeren in Thor Park in Waterschei. “Het wordt een rollend fonds, waardoor het geld telkens opnieuw wordt ingezet voor innoverende projecten of producten”, zegt CEO Dirk Torfs. In Lommel is al 7,4 miljoen euro gepompt. Van plukrobots voor aardbeien tot zelfrijdende auto’s, ze zijn er allemaal mee bezig.

 

Flanders Make is in 2014 ontstaan uit Flanders Drive in Lommel en het Leuvense Flanders Mechatronics Technology Center, samen met de vijf Vlaamse universiteiten. Met de bedoeling om de ‘maakindustrie’ - de productiebedrijven - in Vlaanderen op de kaart te houden (en te zetten).

 

Dat moet u toch uitleggen, wat doet Flanders Make?
Dirk Torfs: “We zijn een onderzoekscentrum dat ervoor zorgt dat de kennis die ontwikkeld wordt aan de uniefs verder uitgewerkt wordt, zodat ze bruikbaar wordt voor de industrie en kan toegepast worden. Om nieuwe of verbeterde producten te maken of om productieprocessen te optimaliseren. We spreken vandaag over een team van 500 onderzoekers en 52 miljoen euro omzet.”

 

Jullie hebben drie poten?
“In Lommel draait het vooral rond voertuigenonderzoek, in Leuven focussen we op machines en in Kortrijk gaan we inzetten op flexibele assemblage: stukken op maat van de klant maken, maar aan de kost van serieproductie.”

 

Vanuit UHasselt kwam kritiek dat Limburg te weinig geld krijgt binnen dat trio.
“Iemand krijgt iets, dus de ander moet het ook hebben? Foute ingesteldheid. Flanders Make verdeeltgeen geld: we voorzien goede ideeen van middelen. We moeten niet denken in termen van regio’s: we zorgen voor de sector vanuit Lommel tot aan de kust. En terug. Veertig procent van ons budget voor infrastructuur is overigens naar de labo’s in Lommel gegaan, goed voor 7,4 miljoen euro. Ook UHasselt moet niet klagen: ze kregen bijna 20 procent van het budget dat we in 2018 besteed hebben. En de bedrijfswereld is er beter van geworden, met 20 procent van de 38 miljoen bedrijfssubsidies voor Limburgse bedrijven.”

 

Jullie rijden letterlijk met die kennis naar de bedrijven?
“Met Salk-geld hebben we een rijdend lab uitgebouwd, waarmee we nieuwe technologie en innovatie aan Vlaanderen gaan uitleggen. Het aanvaarden van die technologie door de mens, dat wordt één van de grote barrières in de toekomst. Maar wij creëren net goede werkplaatsen voor mensen dankzij nieuwe technologieën. Je moet vooral zorgen dat je de mensen betrekt bij die introductie. Zoals wij doen met ons mobiele lab. We laten mensen zien, voelen, ervaren hoe het precies gebeurt. Daardoor verlaag je voor een groot stuk de drempel voor bedrijven.”

 

Happig zijn de meesten toch niet op de komst van meer robots?
“Mensen zien het nogal eens als een bedreiging, wij als een opportuniteit. Producten en productieprocessen worden steeds ingewikkelder. Goed weten wat je moet doen en wanneer wordt complexer. Als je via technologie die mensen kan ondersteunen en stap voor stap kan begeleiden in hun job, dan gaan ze toch met goesting komen werken.”

 

Welke projecten hebben jullie met UHasselt op stapel staan?
“We werken vooral samen rond augmented reality en virtual reality. Hoe kunnen we op voorhand zien hoe een product zich gedraagt in de virtuele wereld en op basis daarvan het product verbeteren vóór we er een prototype van maken. Maar ook: hoe kan je instructies op maat van die persoon maken, zodat hij een zeer goed product kan afleveren? Je moet vermijden dat je mensen inzet om dan slechte kwaliteit te leveren.”

 

De toekomst voor Lommel?
“De site is helemaal getransformeerd en dat leidt tot nieuwe opdrachten van bedrijven. Zelfs vanuit het buitenland. In Lommel zijn nu een 70-tal mensen actief. Dat konden er nog meer zijn, maar onze grootste beperking
hier is het vinden van mensen. We zitten nu zelfs al in Eindhoven te rekruteren. Omdat je lokaal de juiste profielen moet vinden, of beter: voldoende juiste profielen. Je hebt hier een aantal grote bedrijven, die ook afnemers zijn van hogeropgeleiden.”

 

Niet genoeg opgeleide profielen? Pleit dat net niet voor de uitbreiding van Universiteit Hasselt?
“Pas op, ik ben niet tegen de groei van UHasselt. Maar 10.000 studenten mag geen doel op zich zijn. De vraag is: wat heeft de regio, wat heeft Vlaanderen nodig? En hoe gaan we ervoor zorgen dat we de juiste opleidingen daarvoor aanbieden? Ik vind het prima als die in Hasselt komen, op voorwaarde dat ze echt nodig zijn én als we er naar streven om de beste te zijn. We moeten niet mikken op de zesjescultuur. We moeten mensen durven uitdagen om de beste te zijn. Want dat zijn de ondernemers die we morgen nodig hebben om nieuwe bedrijven op te richten of te versterken en meer activiteit naar onze regio te halen.”

 

Ambitie heeft u genoeg met uw Flanders Make?
“We willen tegen 2020 verdubbelen: naar een omzet van 80 miljoen euro en een 800-tal mensen. Nog sterker worden om de bedrijven nog beter te helpen.”

 

In Limburg staan ook plannen op stapel op de Thor-site in Waterschei?
“Zes miljoen euro - vrijgekomen bij de vereffening van Flanders Drive - gaan we daar inzetten. Waarin? Dat moet nog vastgelegd worden, maar het moet relevant zijn en er moet een goed businessplan achter zitten. Het wordt een rollend fonds: zo zetten we het geld niet eenmalig in maar permanent. Want innovatie is een marathon lopen, hé. Je moet blijven rennen, want stilstaan is achteruitgaan. Vandaag is belangrijk, morgen is belangrijk, maar ook overmorgen.”

 

Maar is er overmorgen nog een toekomst voor die maakindustrie in Vlaanderen?
“Absoluut. We moeten zorgen voor goede producten, maar tegelijk ook maken dat we die kunnen produceren. Als je een goed product maakt en je kan dat ook lokaal produceren (of toch de kritische componenten) en je gebruikt de kennis? Dan heb je een cyclus: voor een beter product, voor nog meer productie en meer kennisontwikkeling. De afgelopen jaren hebben we te weinig ingezet op productie en dan ontstaat zoiets als Ford.”

 

U gelooft vooral in producten op maat aan de prijs van bandwerk?
“Want de mens is belangrijk in dat proces. Om die gepersonaliseerde producten te maken, heb je flexibiliteit nodig en automatisering levert ons die niet. De samenwerking tussen mens en machine is dé sleutel tot succes. Ik geloof echt dat we de producten die nu in China geproduceerd worden terug naar de regio kunnen halen.”

 

Hoe gaan we dan China verslaan?
“Mensen bestellen vandaag iets en ze verwachten dat het morgen geleverd wordt. Maar die nieuwe producten kan je niet in massa kopen, ze moeten gepersonaliseerd worden. En iemand moet dat wel doen. Maar we moeten er slim op inspelen. We hebben een hoge loonkost, ja. Voor ons is de oplossing: hoe ga je produceren? Ondersteun de mensen zodat ze efficiënter worden en dan denk ik dat je een antwoord biedt. We hebben andere wapens, inclusief de digitale technologie. Je mag ook niet vergeten dat zelfs in China de lonen gaan stijgen.”

 

Bron: Het Belang Van Limburg 5/08/2019