Engineered by GreenSoil
21 May 2021

Engineered by GreenSoil

 

In Engineered by lichten we een product of dienst uit van één van de bedrijven in de IncubaThor Community. We spreken met de zaakvoerder, de R&D-manager of de juiste werknemer over het technische aspect van hun job. Rocket science? Rock it away! 

 

GreenSoil Group, opgericht in 2016 door Martin Slooijer en Mireille Tits, is vandaag de dag als kennisaannemer van bodemsanering actief in Europa, Zuid-Amerika en Afrika. De voorbije vijf jaren, hebben we hen als bedrijf in onze IncubaThor Community zien uitgroeien tot een internationaal team van 25 mensen. Hoog tijd om hun innovatieve manieren van bodemsanering onder de microscoop te nemen. 

Bodemsanering… where it all started. 

In de buurt van havens, langs snelwegen en op menig industrieterrein zie je ze vaak: kleinere of grotere terminals, opslagtanks of leidingen waarin grote ondernemingen hun grondstoffen, chemische of organische producten opslaan. Maar ook vele kleinere bedrijfssites hebben gelijkaardige opslagvoorzieningen. Ook al zijn ze van hoogstaande kwaliteit, toch kan het gebeuren dat in deze voorzieningen een lek ontstaat. Een klein olielek in een tank vervuilt in eerste instantie lokaal een beperkte hoeveelheid grond, maar wanneer de verontreiniging doordringt tot in het grondwater, kan de omvang significant toenemen en zijn in sommige gevallen de gevolgen niet te overzien: de grondwaterstroming brengt de verontreiniging kilometers ver. 

Gelukkig kennen we in Vlaanderen het Bodemdecreet (’95). Dit wettelijk kader voor bodemsanering en bodembescherming gaat uit van het principe “de vervuiler betaalt”. Het bedrijf uit bovenstaande situatie is dus aansprakelijk voor de ontstane verontreiniging en zal moeten saneren. De OVAM (Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij) treedt hierbij op als overheid en kent een duidelijke rol toe aan bodemsaneringsdeskundigen en bodemsaneringsaannemers. De bodemsaneringsdeskundigen komen ter plaatse om de verontreiniging vast te stellen en de omvang ervan in kaart te brengen. Indien vereist, wordt de verontreiniging door een bodemsaneringsaannemer aangepakt en gesaneerd. Bij wet zijn er een aantal typische verontreinigingsparameters met bijhorende saneringstechnieken voorzien. Ondanks de vrij jonge markt, is bodemsanering in Vlaanderen en Nederland vrij goed ontwikkeld. Naast de traditionele saneringsmethoden, zoals een ontgraving en een onttrekking of zuivering van verontreinigd grondwater, zijn ook de meer innovatieve saneringstechnieken meer en meer gangbaar.

En dat is waar GreenSoil Group vaste voet aan de grond krijgt. Ze zijn aannemers gespecialiseerd in in-situ saneringstechnieken. Hierbij trachten ze af te stappen van minder duurzame technieken en leggen ze de focus op het ter plaatse aanpakken van het probleem door het maximaal inzetten van biologische reinigingsprocessen. Binnen elk project trachten ze deze focus te maximaliseren en gaan graag nog een stapje verder in hun discipline... Ze omschrijven zichzelf als kennisaannemers.

Wij spraken met Jan Van den Ouwelant, Business Development Manager en John Dijk, R&D Manager bij GreenSoil Group. Jan, als echt commercieel talent en John, de man van de pure wetenschap. Twee collega’s aan het uiterste van de schaal, maar onlosmakelijk met elkaar verbonden in bodem en sanering. 

“Bodemsanering is een nichemarkt. En wat GreenSoil doet is éxtra niche. Innovatief, out-of-the-box.”
– Jan Van den Ouwelant, Business Development Manager bij GreenSoil Group 

Verontreinigingsparameters

Van den Ouwelant: “De lekkende tank is een goed voorbeeld, maar bodemverontreinigingen ontstaan uiteraard op heel verschillende manieren. De aangestelde saneringsdeskundige brengt de bodemverontreiniging in kaart. Hij gaat na waar de verontreiniging precies zit – enkel in de bodem of ook in het grondwater – en bepaalt ook de omvang van de verontreiniging – hoe ver heeft deze zich al verspreid. In functie van de omvang van de verontreiniging en de aangetroffen verontreinigingsparameters, worden dan verschillende saneringsmethodes geëvalueerd. Wanneer we kijken naar het inzetten van biologische processen, kijken we traditioneel naar twee hoofdverontreinigingsparameters: de gechloreerde solventen en de minerale olieproducten. Op sites waar er droogkuis- of metaalactiviteiten plaatsvinden, komt men in aanraking met gechloreerde solventen. Op sites waar gewerkt wordt met brandstoffen (eg. brandstofdepots, tankstations, …) gaat het om minerale olieproducten. Idealiter komen we als kennisaannemer samen met de saneringsdeskundige in beeld en bieden we een antwoord op de prangende vraag: hoe lossen we dit probleem op.” 

Bodemsanering: voorbij het conventionele

Van den Ouwelant: “Bij bodemsanering denkt men doorgaans aan een aantal conventionele saneringstechnieken. Een klassiek voorbeeld is de onttrekking van verontreinigd grondwater. Dit water wordt overgebracht naar een waterzuiveringsinstallatie waar het grondwater gezuiverd wordt om het vervolgens aan grote debieten te lozen. Een ander voorbeeld is vervuilde grond: bij de meeste methodes wordt de grond ontgraven en afgevoerd voor verdere behandeling. In beide voorbeelden is er sprake van een ex-situ aanpak. Hoewel de verontreiniging wordt aangepakt, zijn de technieken weinig duurzaam: het ontgraven vraagt veel energie en grondstoffen, en er gaan doorgaans grote hoeveelheden kostbaar grondwater verloren. Bij GreenSoil evalueren we steeds of we voor deze conventionele methodes geen alternatieve aanpak kunnen uitwerken, en of we de impact van deze methodes kunnen minimaliseren. Waar we in een typisch “GreenSoil project” op inzetten, is om een verontreiniging met twee verontreinigingsparameters – de gechloreerde solventen en minerale oliën – biologisch af te breken. We zetten micro-organismes in om verontreinigingsparameters in de bodem aan te pakken op zo’n manier dat we de impact op de omgeving of het leefmilieu minimaliseren én… we doen dit ter plekke! Doorgaans gebeurt dit door het injecteren van voedingsstoffen, zuurstof en eventueel geschikte micro-organismen in de bodem, juist ter hoogte van de zone waar de verontreiniging zich bevindt. Dit noemt men de in-situ aanpak, waarbij we de inzet van grote machines, het afvoeren van gronden en het lozen van grondwater vermijden. Omdat Greensoil Group de verontreiniging op een duurzame biologische manier wil aanpakken, gebruiken we bij voorkeur deze methode.”

“We injecteren de vervuilingsbestrijders op de site zelf in de bodem. We creëren ter plekke een “geschikte habitat” voor de aanwezige micro-organismen om de vervuiling af te breken. Dat klinkt héél vaag en algemeen, maar is wel de essentie van onze werkmethode.”
– Jan Van den Ouwelant, Business Development Manager bij GreenSoil Group 

Liability take-over

Van den Ouwelant: “Mensen kijken wel eens met fronsende wenkbrauwen naar bodemsanering. Zeker als we spreken over het injecteren van producten in de bodem om de verontreiniging die daar zit aan te pakken, merken we dat partijen, die minder bekend zijn met de problematiek, wel eens twijfels hebben bij onze aanpak. Het klinkt als een relatief éénvoudige aanpak waarbij de verontreiniging op magische wijze zou verdwijnen, maar in werkelijkheid gaat het er uiteraard complexer aan toe. Bij GreenSoil hebben we echter al talloze succesvolle saneringen afgerond en zijn we ervan overtuigd dat onze aanpak werkt. We vertrouwen dermate op onze ervaring, waardoor we bij het afsluiten van een contract onze klant de mogelijkheid bieden om hem/haar volledig te ontzorgen. Hierbij kunnen we resultaatsgaranties aanbieden, of gaan we nog een stapje verder: in plaats van het “de vervuiler betaalt”-principe, kan de verantwoordelijkheid overgedragen worden op onze naam. Als er zich problemen voordoen, komt OVAM bij ons aankloppen.

“Partijen die vroeger naar traditionele saneringstechnieken keken, merkten dat die technieken niet altijd even geschikt zijn en hebben daar soms erg veel tijd en geld aan verloren. Onze baanbrekende aanpak plaatst saneren in een nieuw daglicht”
– Jan Van den Ouwelant, Business Development Manager bij GreenSoil Group 

Pionierswerk 

Dijk: “Er zijn naar schatting zo’n 350.000 chemicaliën in omloop. In Vlaanderen wordt bij bodemverontreiniging doorgaans naar een 35-tal parameters gekeken. Het gaat hierbij om specifieke klassen van minerale olieproducten, gechloreerde solventen, zware metalen,… Deze typische verontreinigingsparameters houden ook bij GreenSoil zo’n 75% van ons werk in. Met deze parameters hebben we veel ervaring, kennen we de mogelijkheden om onze technieken toe te passen en merken we dat onze aanpak ook meer gangbaar is. Hoewel we binnen elk project nog steeds op zoek gaan naar optimalisaties en steeds out of the box denken, valt de aanpak voor deze typische parameters niet altijd meer onder de noemer innovatief of cutting-edge: de kennis om deze verontreinigingen te behandelen is beschikbaar en gekend in de markt. Echter voor de overige 25% van onze projecten kijken we naar niet-gangbare verontreinigingsparameters. Voor een aantal chemicaliën zijn geen saneringsnormen beschikbaar, werden nog niet eerder saneringen op uitgevoerd en ontbreekt de kennis omtrent saneringsmogelijkheden. Daar wil en kan GreenSoil een verschil maken, daar doen we écht pionierswerk. Research & Development is dan ook een cruciaal onderdeel in onze strategie en behoort tot het DNA van onze onderneming. Voor dit type verontreinigingen doorlopen we het hele proces: van literatuurstudie, labo-onderzoek tot pilootproef op de site. Het labo-onderzoek gebeurt vlakbij ons kantoor bij IncubaThor, bij EnergyVille.”  

Met onze atypische aanpak boeken we heel mooie successen bij grote bedrijven – vaak multinationals. Deze bedrijven zien dat onze innovatieve aanpak werkt en zo krijgen we het volle vertrouwen om wereldwijd mooie projecten uit te voeren. We zijn ondertussen actief van Frankrijk tot Brazilië. ”
– Jan Van den Ouwelant, Business Development Manager bij GreenSoil Group

Van labo tot pilootproef 

Dijk: “Vervuilde grondwater- en/of bodemstalen testen we eerst op laboschaal. Twee methodes komen vaak aan bod: aeroob en anaeroob saneren. Bij de aerobe aanpak wordt zuurstof gebruikt als belangrijkste hulpstof. De verontreiniging – in casu een bacterie – heeft deze zuurstof nodig om zich te voeden. Door de variatie in zuurstofgehalte te monitoren, meten we de activiteit van de bacterie. Bij de anaerobe aanpak gaat het andersom. Daar voegen we een stroopachtige materie toe die als voedsel voor de bacterie fungeert. De organismen gebruiken de verontreiniging als zuurstof om dit voedsel op te kunnen nemen. Het beoogde resultaat is bij beide methodes hetzelfde: de afbraak van de verontreiniging. Door de analyses op die specifieke verontreiniging monitoren we de effectiviteit van het afbraakproces: de periode en het restgehalte aan vervuiling. Door bepaalde parameters bij de schroeven, leggen we de optimale condities vast voor het meest haalbare, maximale resultaat. Nadat we het proces van bodemsanering in kaart hebben gebracht in het labo, volgt doorgaans een pilootproef op de site. Als blijkt dat ook die resultaten goed zijn, kunnen we overschakelen naar het grote project en een oplossing bieden voor de verontreinigingsproblematiek.” 

Van kennisaannemer naar kennisdeler

Dijk : “GreenSoil heeft een samenwerking met VITO. Als Vlaamse onderzoeksinstelling is VITO altijd nauw betrokken bij de opstart en ondersteuning van nieuwe technologieën. Dat was in 1995 bij het invoegen van het Bodemdecreet niet anders. Twee jaar geleden sloot GreenSoil met VITO een exclusieve Europese licentieovereenkomst voor het gebruik van een gepatenteerd procedé voor het ter plaatse reinigen van grondwater met een specifiek type verontreiniging. Ook vindt onze R&D-afdeling nauw samenwerken met kennisinstellingen en universiteiten heel belangrijk. Zij doen het fundamentele onderzoek, wij maken de vertaling naar de praktijk. Meer nog, door voeling te houden met de nieuwe universitaire kennis, kan je bovendien je eigen onderzoek en ontwikkeling in de praktijk versnellen.” 

Van den Ouwelant: “Vlaanderen en Nederland zijn voortrekkers in het bodemsaneringsverhaal. Andere landen implementeerden nog niet, of slechts recentelijk, een bodemwetgeving. Je merkt in deze landen dat zij eenzelfde leerschool doormaken als ons in de Lage Landen. Vertrekkende vanuit conventionele methodes uit de burgerlijke bouwkunde, met vaak wisselende of ronduit tegenvallende resultaten, verkennen zij net als ons alternatieve opties. Dat is waarom GreenSoil zich naast kennisaannemer ook positioneert als kennisdeler. De expertise die wij opgebouwd hebben in Vlaanderen en Nederland delen we erg actief met de landen waar die kennis nog niet is. Labotesten reconstrueren in Brazilië, conferenties in de Verenigde Staten, herontwikkeling van een terrein in Chili, … En zo is ons clubje van 25 mensen toch echt wel een relevante speler op de wereldbol.”

Onze kennis, onze R&D en onze cutting edge technologie samenbrengen in het nerdy vakdomein… Dat is waar we het voor doen. En wetende dat we in de praktijk meebouwen aan een iets betere wereld.”
– Jan Van den Ouwelant, Business Development Manager bij GreenSoil Group

 

 

 

   Schrijf jij ook graag aan jouw eigen succesverhaal in een inspirerende omgeving?   

   CONTACTEER ONS